Intelligentie

Intelligentie betreft het vermogen om dingen te begrijpen, toe te passen en problemen op te lossen. Voor de definitie van intelligentie wordt tegenwoordig veel gebruik gemaakt van het CHC-model. Volgens dit model is de algemene intelligentie (G) opgebouwd uit zeven verschillende cognitieve vaardigheden:

  • Vloeiende intelligentie (Gf): de vaardigheid om te redeneren en problemen op te lossen bij niet eerder aangeleerde taken.

  • Gekristalliseerde intelligentie (Gc): aangeleerde kennis en vaardigheden, zoals taalontwikkeling. Deze vaardigheid is het meest afhankelijk van de omgeving en wat een kind op school geleerd heeft en kan dus ook veranderen.

  • Kwantitatieve kennis (Gq): verworven wiskundige kennis en redeneren.

  • Kortetermijngeheugen (Gsm): de vaardigheid om informatie te registreren, verwerken en voor korte tijd te onthouden.

  • Langetermijngeheugen (Glr): het vermogen om informatie voor een langere tijd efficiënt op te slaan en weer snel terug te roepen als het gebruikt moet worden.

  • Verwerkingssnelheid (Gs): de vaardigheid om relatief eenvoudige taken snel en adequaat op te lossen.

  • Visuele informatieverwerking (Gv): de vaardigheid om gebruik te maken van visuele informatie om problemen op te lossen.

  • Auditieve informatieverwerking (Ga): de vaardigheid om auditieve informatie te kunnen verwerken en in gedachten te bewerken, zodat er iets mee gedaan kan worden.


Intelligentie kan tijdens een intelligentieonderzoek in kaart gebracht worden aan de hand van verschillende taken. In een intelligentieonderzoek worden bovenstaande vaardigheden onderzocht, om zo een duidelijk beeld te krijgen van de sterke en minder sterke kanten in het intelligentieprofiel van een kind. Soms kan het helpend zijn om onderzoek te laten doen naar de intelligentie van het kind, om zo als ouders en school beter aan te kunnen sluiten op de behoeften van het kind. Het geeft meer informatie, waardoor soms de puzzelstukjes op hun plek vallen.

Bij een intelligentietest zijn niet alleen de scores en het profiel belangrijk. Er kan tijdens een test goed geobserveerd worden op welke manier een kind verschillende taken aanpakt, wat voor een kind goed werkt, hoe zijn/haar concentratie is, de motivatie, hoe een kind met een foutje omgaat etc.

Kind in Context beschikt over verschillende testen om de intelligentie van uw kind, maar nog belangrijker, de sterke en minder sterke kanten binnen zijn/haar profiel, in kaart te brengen. De intelligentietesten die wij gebruiken worden regelmatig onderzocht op hun betrouwbaarheid en waarde. De intelligentietesten waar wij over beschikken zijn:

  • WISC-V-NL (Wechsler Intelligence Scale for Children - 5e editie): is een intelligentietest voor kinderen tussen de 6 en 16 jaar en bestaat uit 14 subtesten. Aan de hand van de scores op deze verschillende subtesten wordt een totaal IQ berekend. Om een completer beeld te geven van het profiel van het kind wordt er daarnaast gekeken naar de scores van een kind op de verschillende vaardigheden die gemeten worden: verbaal begrip, fluïde redeneren, visueel-ruimtelijk inzicht, werkgeheugen en verwerkingssnelheid.

  • IDS-2 (Intelligence and Developmental Scales-2): is een intelligentietest die intelligentie in kaart brengt bij kinderen en jongeren tussen de 5 en 20 jaar. De IDS bestaat uit 14 subtesten. Aan de hand van de scores op deze subtesten wordt een totaal IQ berekend. Om een completer beeld te geven van het intelligentieprofiel van het kind, wordt daarnaast gekeken naar de scores op de verschillende indexen: visuele verwerking, langetermijngeheugen, kortetermijngeheugen auditief, kortetermijngeheugen visueel, abstract denken, verbaal redenen en verwerkingssnelheid. Daarnaast kunnen ook andere ontwikkelingsfuncties, zoals een screening voor executief functioneren of emotieherkenning, in kaart gebracht worden met andere onderdelen binnen de IDS-2.

  • WPPSI-IV-NL (Wechsler Preschool and Primary Scale - 4e editie): dit is een intelligentietest die de intelligentie van kinderen tussen de 2;6 en 6;11 jaar oud in kaart brengt. De WPPSI bestaat uit maximaal 15 subtesten, afhankelijk van de leeftijd van het kind. Er wordt een totaal IQ-score berekend aan de hand van de scores op de verschillende subtesten. Daarnaast worden er scores op verschillende vaardigheden berekend om zo het profiel van het kind goed in kaart te kunnen brengen. De vaardigheden die kunnen worden gemeten zijn: verbaal begrip, visueel ruimtelijk vermogen, fluïde redeneren, werkgeheugen en verwerkingssnelheid.